
Ophef van korte duur? Digitale meter lijkt er toch voor iedereen te komen
Nadat Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) zich vorige week luidop afvroeg “of het sop de kolen waard is”, leek de volledige uitrol van de digitale meter aan een zijden draadje te hangen. Op de plenaire zitting van het Vlaams Parlement klonk de minister gisteren een stuk genuanceerder.
Demir stelde de uitrol van de digitale meter in vraag nadat ze het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) had ontvangen. Daaruit kwam naar voren dat digitale meters voor gas en elektriciteit in Vlaanderen dubbel zo duur zijn als elders in Europa. “Besturen betekent ook bepaalde zaken, of die nu juist zijn of niet, op zijn minst goed te bekijken”, aldus de minister. “Fluvius heeft een eerste berekening gemaakt. De netbeheerder zegt, op basis van die berekeningen, dat de bevindingen van de SERV niet kloppen. Dat is een eerste analyse. Wij zitten aan de gemiddelde kostprijs binnen Europa. Ik denk dat het nu aan de VREG is, die in 2020 duidelijk heeft gezegd dat de kosten-batenanalyse voor de digitale meter gunstig is.”
Maximale uitrol
“Als we kijken naar Europa, dan zit heel Noord-Europa al rond een uitrol van 100 procent, inclusief Frankrijk, Italië, enzovoort”, stelt de minister. “De Oostbloklanden doen het nog slechter dan Vlaanderen, dat aan 50 procent zit. Digitalisatie is belangrijk, en als samenleving hebben we altijd gezegd dat we daarvoor gaan en meegaan met de tijd.” Daarmee lijkt een mogelijke stopzetting van de verdere plaatsing van de digitale meter van de baan. De Europese verplichting stipuleert volgens de minister dat je voor een maximale uitrol moet gaan, en die bedraagt 80 procent. “Wij hebben dus in Vlaanderen gezegd dat we voor de 100 procent gaan. Ik vind het niet meer dan normaal om tussentijds de kosten-batenanalyse te maken. In het kader van het advies van de SERV bekijken we dat nu versneld.”
Oppositie weinig overtuigd
Demir wees erop dat een digitale meter ook zonder verplichting nuttig is, onder meer om spanningsproblemen en uitvallende omvormers te detecteren of de maandfacturatie mogelijk te maken. Al leken die argumenten oppositiepartijen PVDA en Vlaams Belang weinig te overtuigen. Opvallend is dat Bruno Tobback (Vooruit) de kosten van de digitale meter neer wil leggen bij wie er voordeel uit haalt. Volgens Tobback is dat eerder Fluvius dan de burger. Op 7 februari komen de VREG, Fluvius en SERV naar een hoorzitting. Zij zullen dan hun standpunten bekendmaken. [cta_box color=”dark”]
Meer lezen op onze blog

Elektriciteitsleveranciers zijn verplicht om elk jaar een groter aandeel van hun elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen te … De productiedoelstellingen van groene stroom vooropgesteld door de Vlaamse Regering werden behaald. Maar omdat een aantal groenestroomcertificaten nog niet toegekend kon worden, dreigt er toch een te krap certificatenaanbod op de markt. Wanneer een energieleverancier te weinig steuncertificaten inlevert om aan zijn certificatenverplichting te voldoen, betaalt hij bovendoen een administratieve boete. Om te vermijden dat uiteindelijk de consument het slachtoffer wordt van die boetes, heeft het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) de inleverdeadline uitgesteld tot 31 oktober 2024.

Belgische gezinnen blijven, net zoals de vorige jaren, een hogere gas- en elektriciteitsfactuur betalen in vergelijking me…

Almaar meer gezinnen kiezen voor een maandelijkse energiefactuur, ter vervanging van maandelijkse voorschotten en een eind…

Tijdens de coronacrisis lanceerde Mijnenergie.be een solidariteitsactie waarmee je het medisch personeel kon steunen en tegelijker…