
Wat betekent de vrijmaking van de markt voor de consument?
Sinds de liberalisering van de energiemarkt kunnen alle consumenten overstappen naar een andere energieleverancier. Het doel? De concurrentie opdrijven zodat consumenten kunnen besparen.
Vlaanderen heeft de energiemarkt in 2003 voor concurrentie opengesteld. Het was nog wachten tot 1 juli 2007 vooraleer ook Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat deden. Die vrijmaking is vandaag overal in België van kracht en ze heeft de werking van de sector grondig gewijzigd.
Elke consument kan sindsdien een contract afsluiten met een gas- en elektriciteitsleverancier naar keuze. Dat is een groot voordeel. De keerzijde van de medaille is dat de liberalisering het systeem complexer heeft gemaakt door de toename van het aantal spelers. Tijd om je geheugen op te frissen en eens na te gaan hoe de energiemarkt vroeger geregeld was!
Vóór de liberalisering waren er monopolies
Voor de vrijmaking was de elektriciteitsmarkt in handen van Engie en Luminus, die instonden voor de productie, de levering én het transport. De gemeentelijke overheden organiseerden de distributie.
De gasmarkt was in handen van Distrigas. Dit bedrijf stond in voor de aankoop, de opslag en de aanvoer van het gas via leidingen tot aan het distributienet. De intercommunales vervoerden het gas vervolgens tot aan de woningen en factureerden het verbruik aan de huishoudens.
Tot dan toe hadden die bedrijven dus een monopolie op de distributie, de levering en het transport van aardgas. Met de vrijmaking van de markt heeft de Europese Unie deze activiteiten verplicht willen scheiden, en wel om twee redenen: de energieprijzen doen dalen door de concurrentie te bevorderen, en de kwaliteit van de dienstverlening voor de consument verbeteren. Om in die laatste missie te slagen, heeft ze verschillende maatregelen ingevoerd, zoals de oprichting van onafhankelijke .



