
Analoge meter versus digitale meter: wat is het voordeligst voor de prosument anno 2023?
Op 1 januari 2023 is er heel wat veranderd voor eigenaars van zonnepanelen: de invoering van het capaciteitstarief, een gedaald prosumententarief en de kosteloze plaatsing van de digitale meter op aanvraag. Maar maken die evoluties de switch richting de digitale meter ook voordeliger? Mijnenergie.be zocht het uit.
Veel eigenaars van zonnepanelen maken gebruik van de mogelijkheid om de plaatsing van de digitale meter uit te stellen tot 2025. Ze menen op die manier nog enkele jaren een lagere verbruiksfactuur te betalen. Simulaties uit het verleden wezen uit dat eigenaars van een terugdraaiende teller aan het einde van de rit ook effectief de laagste energiefactuur betalen. Maar verschillende veranderingen in het energielandschap hebben invloed op het kostenplaatje.
Capaciteitstarief
Bij het capaciteitstarief betaalt elke consument een minimumbijdrage, ongeacht zijn verbruik of de meter waarover hij beschikt. Wie zijn teller bij een analoge meter volledig naar nul laat terugdraaien, ontsnapt dus niet aan het capaciteitstarief. Daartegenover staat dat dezelfde doelgroep een lager prosumententarief betaalt ten opzichte van 2022.
Simulatie
Om het effect hiervan in kaart te brengen, baseren we ons op de gemiddelde verbruiksgegevens. Onze simulatie baseert zich op een zonnepaneleninstallatie met een piekvermogen van 3,7 kilowattpiek en een stroomproductie van 3.500 kWh. De terugdraaiende teller kan op die manier volledig naar nul terugdraaien. Voor de digitale meter bedraagt het zelfverbruik 36 procent. We gaan voor het capaciteitstarief uit van een gemiddelde maandpiek van 4,37 kW. De simulatie baseert zich op de laagste tarieven via Mijnenergie.be. We hielden geen rekening met welkomstkortingen.



