
De weerkundige winter is begonnen: hoeveel energie verbruiken we nu meer?
Hoewel de astronomische winter pas op 21 december begint, is volgens de weerkundige kalender de start van de winter al op 1 december ingeluid. De koudste en donkerste periode van het jaar voelen we niet alleen aan onze koude handen, maar komt ook op onze energiefactuur tot uiting. Maar hoeveel verbruiken we tijdens de winter en waarom stemt onze energiefactuur niet overeen met dat werkelijke verbruik?
Tijdens de winter doet de verwarming haar werk en schakelen we de verlichting al vroeger aan. Bovendien bieden onze zonnepanelen weinig hulp om dat hogere verbruik te compenseren. Niet alleen de vele cadeautjes, maar ook de energiehuishouding weegt op onze portemonnee. De gemiddelde impact op de energiefactuur leiden we af uit de verbruiksprofielen die de energieleveranciers hanteren. Ze kennen een gewicht toe aan elk kwartier (voor elektriciteit) en elk uur (voor aardgas). Die verdeling stemt overeen met het aandeel van het totale jaarverbruik dat de doorsnee consument op dat moment opsoupeert.
Groot effect op aardgasfactuur
De verbruiksprofielen wijzen uit dat de seizoensinvloeden op het vlak van elektriciteit relatief beperkt blijven. Augustus vertegenwoordigt het laagste aandeel van het jaarverbruik met 6,55%, ten opzichte van januari als meest verbruiksintensieve maand met een aandeel van 10,27%. De volledige weerkundige winter, van 1 december tot 29 februari, is goed voor 29,16% van het jaarlijkse stroomverbruik. Voor aardgas is het seizoenseffect veel groter. In juli verbruiken we gemiddeld slechts 1,46% van het jaartotaal, ten opzichte van 16,50% in januari. De drie wintermaanden samen nemen een hap van maar liefst 47,16% uit ons totale aardgasverbruik. Dat de impact voor aardgas en stroom sterk verschilt, valt toe te schrijven aan de stroombehoefte die het hele jaar door geldt. In de zomer kennen we met bijvoorbeeld de airco of het bijkomende slokoppen.



