Terugdraaiende teller behouden of digitale meter plaatsen: wat is het voordeligst?

Terugdraaiende teller behouden of digitale meter plaatsen: wat is het voordeligst?
  • 22.08.2022
  • Kurt Deman
  • 3 min

Eigenaars van zonnepanelen en een terugdraaiende teller kunnen de plaatsing van de digitale meter uitstellen tot 1 januari 2025. Die optie geniet de voorkeur van veel prosumenten, maar is het bij de huidige hoge energieprijzen wel de aangewezen keuze? Mijnenergie.be zocht het uit.

Uit de marktmonitor van de Vlaamse energieregulator VREG blijkt dat het aandeel consumenten dat (zeer) negatief staat ten opzichte van de digitale meter vorig jaar aanzienlijk steeg, van 22 procent in 2020 naar 30 procent in 2021. Zonnepaneleneigenaars zijn het sterkst gekant tegen de digitale meter. Zij vrezen namelijk dat het verdwijnen van de terugdraaiende teller voor hen een financiële domper betekent. Logischerwijze kiest een groot deel van die gezinnen ervoor om de plaatsing van de digitale meter uit te stellen tot 2025.

Energiemarkt door elkaar geschud

Simulaties uit het verleden wezen uit dat eigenaars van een terugdraaiende teller aan het einde van de rit de laagste energiefactuur betalen. Ondertussen is de energiemarkt evenwel grondig door elkaar geschud. Want niet alleen de verbruiksprijzen stegen fel, ook de vergoeding die je met een digitale meter ontvangt voor je overtollige stroom, ging fors de hoogte in.

Om de voordeligste keuze te bepalen, gaan we uit van de gemiddelde verbruiksgegevens volgens de VREG. Onze simulatie baseert zich op een zonnepaneleninstallatie met een piekvermogen van 3,7 kilowattpiek en een stroomproductie van 3.500 kWh. De terugdraaiende teller kan op die manier  volledig naar nul terugdraaien. Voor de digitale meter bedraagt het zelfverbruik 36 procent. We hanteren de laagste tarieven via Mijnenergie.be.

Beperkt prijsverschil

Situatie met digitale meter en gescheiden injectie en verbruik Situatie met terugdraaiende teller
Kostprijs verbruik 857,28 euro 15,40 euro (heffingen + abonnement – kortingen)
Prosumententarief + vaste nettarieven bij terugdraaiende teller / 224,83 euro
Ontvangen injectievergoeding (bij zelfde leverancier als verbruik) 561,69 euro /
Netto jaarfactuur (bij de huidige energieprijzen) 295,60 euro 240,23 euro

 

Wie nog over het systeem van de terugdraaiende teller beschikt, boekt bij de huidige energieprijzen op jaarbasis een voordeel van 55,37 euro ten opzichte van prosumenten met een digitale meter. Daar tegenover staat wel dat laatstgenoemde groep een retroactieve investeringspremie van de Vlaamse overheid kan aanvragen. Die bedraagt dit jaar 1.039,7 euro voor een installatie uit 2020 en een piekvermogen van 3,7 kilowattpiek.

Nuances

Op basis van onze berekening oogt de eindbalans voordeliger voor wie over een digitale meter beschikt. Toch gelden er enkele belangrijke nuances. Je houdt er best rekening mee dat de tariefkaarten van de energieleveranciers de laatst gekende waarden voor variabele prijzen als uitgangspunt nemen. Bij een volgende periodieke prijsaanpassing kunnen die verhoudingen anders liggen. Prijsvergelijker Mijnenergie.be en de VREG bieden als alternatief de mogelijkheid om te vergelijken via een inschatting van de toekomstige indexwaarden. Op basis van die methodiek blijkt het kostenplaatje bij een digitale meter enkele honderden euro’s hoger te liggen ten opzichte van de situatie met een terugdraaiende teller.

We baseerden ons voor deze simulatie louter op het financiële aspect. Onder meer de mogelijkheid om jouw verbruik gedetailleerd op te volgen, leidt mogelijk tot een lager verbruik en bijgevolg ook een hogere besparing. Wie erin slaagt zijn zelfverbruik op te krikken, zal bij een digitale meter eveneens minder betalen.