
Heeft het nog nut om de plaatsing van de digitale meter uit te stellen?
In mei rondde Vlaanderen de kaap van 2,5 miljoen digitale meters. Tegelijk maken nog altijd veel gezinnen gebruik van de mogelijkheid om de plaatsing van zo’n digitale meter uit te stellen tot 1 januari 2025. Maar haal je daar vandaag nog wel financieel voordeel uit? Mijnenergie.be zocht het uit.
Wie tussen eind 2012 en begin 2021 zonnepanelen heeft geïnstalleerd, kan de plaatsing van de digitale meter uitstellen tot 1 januari 2025. In dat geval geniet je van een terugdraaiende teller en val je dus niet onder het systeem van gescheiden verbruik en injectie. Je betaalt wel een prosumententarief, dat wegvalt wanneer je over een digitale meter beschikt.
Digitale meter uitstellen of niet
De beslissing om de plaatsing van de digitale meter al dan niet uit te stellen, heeft uiteraard ook een grote invloed op je energiefactuur. De impact hangt sterk af van de actuele energieprijzen. Schieten de energieprijzen komende winter drastisch de lucht in, dan zullen de verhoudingen er opnieuw anders uitzien. Een simulatie vormt dus steeds een momentopname, gebaseerd op de huidige prijzen.
Simulatie
Om het actuele effect in kaart te brengen, baseren we ons op de gemiddelde verbruiksgegevens. Onze simulatie baseert zich op een zonnepaneleninstallatie met een piekvermogen van 3,7 kilowattpiek en een stroomproductie van 3.500 kWh. De terugdraaiende teller kan op die manier volledig naar nul terugdraaien. Voor de digitale meter bedraagt het zelfverbruik 36 procent. We gaan voor het capaciteitstarief uit van een gemiddelde maandpiek van 4,37 kW. De simulatie baseert zich op de laagste tarieven via Mijnenergie.be. We hielden geen rekening met welkomstkortingen.



