
Hoeveel betaalt je werkgever voor het thuisladen van je bedrijfswagen?
Zes op tien bestelde bedrijfswagens waren elektrisch in 2022. Dat stelt de werkgever voor nieuwe uitdagingen. Een correcte vergoeding voor de stroom die je thuis verbruikt om jouw bedrijfswagen op te laden ligt namelijk niet voor de hand. De sterk verschillende energietarieven van de thuiswerkers, het capaciteitstarief en het gebruik van zonnepanelen maken de rekenoefening er niet gemakkelijker op. Bart Hollebekkers van SD Worx zoomt in op enkele heikele punten.
Tot voor kort oogde het vergoedingsmodel voor het gebruik van de bedrijfswagen eenvoudig. Het bedrijf stelde een tankkaart ter beschikking, waarbij de factuur integraal bij de werkgever terechtkwam. Voor de elektrische laadbeurt thuis ziet Bart Hollebekkers, Managing Consultant bij SD Worx, twee courante betalingsmethodes. “De eerste omvat het systeem van een onkostennota. De werknemer bezorgt dan een overzicht van de gemaakte laadkosten, naar analogie met het indienen van een parkeerticket. Wat meer en meer ingeburgerd geraakt, is dat de leverancier van het laadpunt registreert hoeveel energie je verbruikt en op basis van dat cijfer een terugbetaling aan de werknemer stort. Die partij stuurt dan op haar beurt een factuur naar de werkgever.”
Gemiddeld prijs, maar niet het exacte tarief
De moeilijkheid die zich hierbij stelt, is dat de leverancier van de laadinfrastructuur geen zicht heeft op de energieprijs die de consument betaalt. Wie bijvoorbeeld eind vorige zomer nog een nieuw contract afsloot, betaalt een veel hoger tarief dan wie dat begin 2022 deed. “In de meeste gevallen gaan bedrijven uit van een algemeen gemiddelde. Ze baseren zich daartoe op de maandelijkse data van de energieregulatoren. Dat is een eenvoudige, transparante en vrij eenvoudige methodiek, maar ze zal voor de ene werknemer gunstiger uitkomen en voor een collega nadelig blijken. Een tweede optie bestaat erin dat het personeelslid zijn verbruikstarief via een applicatie doorgeeft. Dat legt evenwel de verantwoordelijkheid bij de werknemer en zet de deur open voor misbruik. Het bepalen van een exacte vergoeding ligt dus niet voor de hand.”



