Stroomnet in twee Nederlandse regio’s vol: wat zijn de gevolgen en kan het ook in België?

Stroomnet in twee Nederlandse regio’s vol: wat zijn de gevolgen en kan het ook in België?
  • 17.06.2022
  • Kurt Deman
  • 4 min

De Nederlandse transmissienetbeheerder TenneT – het equivalent met Elia in België – meldde enkele dagen geleden dat het in twee regio’s stopt met het aansluiten van nieuwe klanten voor het afnemen en terugleveren van stroom. Behoort een stroomstop ook in ons land tot de mogelijkheden?

Wat ligt aan de oorzaak?
Dirk Van Hertem, hoofddocent aan KU Leuven en onderzoeksleider elektrische netwerken bij EnergyVille, schrijft de congestie van het stroomnet in Nederlands Limburg en Brabant onder mee toe aan een sterke toename van zonneparken, de elektrificatie van de industrie en groeiende technieken als warmtepompen en elektrische wagens.

Wat zijn de gevolgen?
“Om de betrouwbaarheid te garanderen, is een versterking van de lokale netwerken vereist. Het gaat daarbij om het 150 kV-netwerk, en de verbinding tussen dat spanningsniveau en het 380 kV-netwerk. Vergelijk het met een wegennet met een verhoogde nood aan extra capaciteit op nationale wegen, en vooral op- en afritten naar de snelwegen. Hoewel de Nederlandse media het woord ‘stroomstop’ hanteren, gaat het eigenlijk om het niet langer garanderen van nieuwe aansluitingen.”

Duikt dit probleem plots op of zat het er ergens aan te komen?
“De energietransitie is al een tijdje aan de gang, maar geraakt door technologische ontwikkelingen en de oorlog in Oekraïne in een stroomversnelling. Dat verhoogt de urgentie van de verdere ontwikkeling van het stroomnet.”

Kan die situatie zich ook in België manifesteren?
“Het is niet onmogelijk dat onverwacht snelle ontwikkelingen het netwerk op korte termijn lokaal tot zijn limieten drijft. Langdradige vergunningsprocessen, zoals bij de Ventilus-verbinding – die elektriciteit van de windmolenparken op de Noordzee aan land moet brengen – zorgen bovendien voor een uitstel van investeringen of een verschuiving van investeringen richting andere regio’s.”

Waarin verschillen België en Nederland qua netwerkstructuur?
“Conceptueel gelijken beide op elkaar. De Nederlandse netwerkstructuur is wel iets meer geconcentreerd. Dat geldt niet enkel op het gebied van het elektriciteitsnetwerk, maar ook op het gebied van ruimtelijke ordening en de plaatsen met een geconcentreerde energieopwekking en -verbruik. Uiteraard is ook in België de energietransitie volop bezig, onder meer met de elektrificatie van het wagenpark en de hogere eisen voor nieuwbouwwoningen. De Belgische industrie onderneemt eveneens concrete acties om haar ecologische voetafdruk te verlagen, wat gepaard gaat met een toename in het elektriciteitsverbruik.”

Hoe kunnen we in België een stroomstop voorkomen?
“De energietransitie vereist de nodige infrastructuur. Fluvius kondigde extra investeringen aan en Elia engageert er zich toe om het transmissienetwerk significant te versterken. De afhandeling van de nodige administratieve processen, bijvoorbeeld rond vergunningen, mag ook versnellen. Het is verder nodig om tijdig een duidelijk beeld te krijgen over toekomstige evoluties. Onzekerheid zorgt ervoor dat de netbeheerder extra marges inbouwt. Tot slot dienen we maximaal in te zetten op een meer dynamisch netbeheer. Dat wil zeggen dat zowel de infrastructuur als de regelgeving flexibiliteit moeten aanmoedigen. Veel verbruikers en opwekkers hebben vandaag een zeer variabel profiel: ze willen op bepaalde ogenblikken veel netwerkcapaciteit, terwijl die vraag op andere momenten een pak lager ligt. Door hun piekvermogen te limiteren of te verschuiven is het mogelijk toch meer te connecteren. Dat geldt uiteraard ook voor bestaande verbruikers zijn die hun verbruik flexibel aanpassen. De uitrol van digitale meters en de ontwikkeling van het capaciteitstarief vormen daartoe belangrijke elementen.”

Uitvallen omvormers zonnepanelen

Vorig jaar regende het in Vlaanderen klachten over het uitvallen van de omvormers van zonnepanelen …
“Er zijn inderdaad een aantal gebruikers waarvan de zonnepanelen uitvallen op momenten waarop er veel zonneschijn en een relatief laag verbruik is. Dat valt toe te schrijven aan een overspanning in het netwerk en geldt dus ook als een vorm van congestie. Het is een lokaal fenomeen, dat je niet direct kunt linken aan de problematiek in Nederland. Extra netwerkinvesteringen op straatniveau zijn  een mogelijke oplossing, net als een beter gebruik van de distributietransformatoren en veranderingen in de instellingen voor de zonne-omvormers.”